fbpx

Daar ging ik dan. Nietsvermoedend op weg naar de appie voor de noodzakelijke dingen. Energy, chocola, snoep, je kent het wel. Zonder kom ik mijn tentamenweek niet door. Maar goed, ik was dus op weg naar de appie. Fiets op slot, het winkelcentrum in – lees; een mini gebouw met niet meer dan een handjevol winkels – en tussen de mensenmassa door manoeuvreren. Gefocust op normaal blijven lopen en niemand omver stoten.
Het gevaar luurde vanaf zijn plek, klaar om zijn aanval te beginnen. Stap voor stap kwam ik dichterbij. Nog altijd had ik niets door. Langzaam… Eindelijk! Het stukje groente kon z’n slag slaan! Maar ik gaf me niet zo maar gewonnen. Terwijl mijn ene been langzaam onder me vandaan begon te glijden, werkten mijn hersenen razendsnel. Als een befaamde keepster, liet ik me in de keeper spagaat vallen. Mijn been raakte de grond, gevolgd door het aanhangende deel. De pijngolf onderdrukte ik. Gauw krabbelde ik overeind, onder toeziend oog van de getuigen. Mijn ogen scande de omgeving af en al gauw spotte ik de boosdoener. Hij mocht een slag geslagen hebben, maar dit zou niet een tweede keer gebeuren. Met een boogje belande hij in de prullenbak. Tja, wie het laatst lacht, lacht het best.